over de fossiele
vondsten
Alle verschillende vormen dieren verschijnen abrupt en geheel
functionerend in de geologische lagen zonder enig bewijs van macro
evolutionaire voorouders. Dit is minstens een sterke aanwijzing dat niet
al het leven is geëvolueerd uit een gezamenlijke voorouder.
Er is geen wetenschappelijk bewijs dat het leven is geëvolueerd.
Ofschoon wetenschappers steeds weer nieuwe variëteiten zullen
blijven vinden van fossiele dieren en planten, is men het er algemeen over
eens dat de miljoenen fossielen die alreeds ontdekt zijn en de sedimenten
die al onderzocht zijn een algemene betrouwbare aanwijzing zijn van de
richting waarheen het gaat met het onderzoek naar de bewijzen. Dat wil
zeggen, dat er weinig of geen aanwijzingen zijn bij de fossiele vondsten
om het evolutionisme te ondersteunen.
De meeste fossiele dieren en planten werden bedolven in door
water afgezette sedimenten.
Er is geen wetenschappelijk bewijs dat de fossielen, de steenkool
of de aarde miljoenen jaren oud zijn.
Er is een toenemend bewijs dat veel sedimentaire stenen, waarvan
men aannam dat sommigen duizenden of miljoenen jaren nodig hadden om zich
te vormen, zo goed als zeker afgezet werden in slechts een paar maanden,
dagen of zelfs uren.
In bijna alle gevallen, wijzen het bestaan van de fossielen in de
types en aantallen die ontdekt zijn naar catastrofale condities die ertoe
geleid hebben tot het bedolven worden en bewaard blijven van deze dieren
en plantenresten. Zonder zulke condities, kan dit alles niet verklaard
worden.